Wat is asbest?

Asbest komt van het Griekse woord ‘asbestos’: ‘onverwoestbaar’. Het maakt meteen duidelijk waarom deze grondstof in het verleden zo veelvuldig is toegepast. Asbest is de verzamelnaam voor silicaatmineralen met een zeer fijne vezelstructuur die in onder andere Canada, Zuid-Afrika, de voormalige Sovjet Unie en Australië als een natuurlijke delfstof voorkomen. Het is een makkelijk te winnen, goedkope grondstof die bovendien eenvoudig te verwerken is. Asbest is namelijk trek- en slijtvast, brandvertragend, niet elektrisch geleidend, heeft goede isolerende eigenschappen en is bestand tegen zuren en logen.  

Toen de Oostenrijker Ludwig Hatschek begin negentiende eeuw een methode ontwikkelde om asbest toe te passen in producten en daarvoor patent aanvroeg, nam het gebruik ervan een hoge vlucht. Asbest is dan ook vanaf de negentiende eeuw op grote schaal gebruikt, oorspronkelijk in gevelbekleding en dakbedekking ter vervanging van leisteen.

Asbest is aan de hand van de vezelstructuur onder te verdelen in twee hoofdgroepen:

  • de serpentijne (ofwel spiraalvormige) vezels;
  • de amfibole (ofwel naaldvormige) vezels.
                      Serpentijn                                                Amfibool  

De serpentijngroep kent maar één asbestsoort: chrysotiel ofwel witte asbest. Deze soort is verreweg het meest toegepast (+/- 85% van alle asbesttoepassingen). Tot de amfibole groep behoren vijf soorten asbest: amosiet (bruin), crocidoliet (blauw), tremoliet (grijs), actinoliet (groen) en anthofyliet (geel).  

De asbestsoorten verschillen qua uiterlijk, duurzaamheid, chemische samenstelling en kleur van elkaar. Door de kleine verschillen hebben de verschillende soorten asbest andere structuren en fysische eigenschappen (sterkte en flexibiliteit). Chrysotiel is bijvoorbeeld flexibeler dan crocidoliet; amosiet en crocidoliet zijn beter bestand tegen zuren dan andere asbestsoorten.

Loading...
 
  | Search | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | Privacy Statement |